Het Nieuwe Bloggen
Hallo trouwe lezers. Mijn weblog staat vanaf nu op www.basvanpul.nl.
Volgers die mij via Hyves lezen: de blog blijft ook gewoon te volgen via Hyves.
Gegroet!
Bas
Hallo trouwe lezers. Mijn weblog staat vanaf nu op www.basvanpul.nl.
Volgers die mij via Hyves lezen: de blog blijft ook gewoon te volgen via Hyves.
Gegroet!
Bas
Tussen alle flarden verkiezingsdebatten die ik de afgelopen weken heb gevolgd, vond ik er xe9xe9n het meest opvallend. Dat was het jeugdjournaal-debat.
Niet vanwege de eenvoudige taal. Daarin blinkt Wilders uit. Zowel voor kinderen als voor volwassen kinderen weet hij de politiek zo te simplificeren, dat het altijd blijft hangen wat hij zegt. Ik denk zelfs dat de gemiddelde allochtoon met een taalprobleem alleen chocola kan maken van dxe1t verhaal, niet van al die andere vaagheden. Daar mag Job Cohen blij mee zijn, want daarom hebben veel allochtonen op Job gestemd. Tot zover mijn analyse.
Maar dat is niet de reden waarom dit debat is blijven hangen. Wat mij opviel was het fatsoen. Iedereen liet elkaar uitpraten, er werd niet gexefnterrumpeerd en er werd geen ruzie gemaakt. In tegenstelling tot het getier bij de gewone debatten.
Ik hoop dat alle lijsttrekkers – in aanloop naar de volgende verkiezingen – hier nog eens reflectief naar kijken.
Blijkbaar willen zij het goede voorbeeld geven aan onze kinderen. Daar past beledigen, zuigen, liegen, feiten verdraaien, je tegenstander uit de tent lokken, vastpinnen op flut-details, hem constant herinneren aan fouten uit het verleden en weglopen uit het debat allemaal niet bij. Poeslief waren ze voor elkaar en al die kinderen.
Exe9n stap buiten de Jeugdjournaal-studio en het is klaar met het fatsoen. Blijkbaar hoeven politici voor de volwassen kiezer dat voorbeeld niet te zijn. Of, anders gezegd: aan de volwassen kiezer geven zij graag een ander voorbeeld. Hoe meer je beledigt, zuigt, liegt en feiten verdraait, roept, blaat en wegloopt het uit debat, hoe beter. Daar kom je het verst mee.
Beschamend en hypocriet.
In de grote gezamenlijke werkruimte van Utrechts gezelligste freelancers-meeting-plaza hoor je nog eens wat. Zo zitten vier stoelen van mij verwijderd twee vrouwen; de ene interviewt de ander. Ik hoor de vragensteller niet. Die is niet voor niets schrijver geworden, spreken gaat beduidend minder overtuigend. Ik hoor de gexefnterviewde wel. En die zegt nu werkelijk al anderhalf uur hetzelfde in steeds andere bewoordingen.Wat bij mij dan weer de vraag oproept hoe goed die interviewer is, maar goed.
Het gesprek gaat over de vrouw. Over dat de vrouw geen sex-symbool is, dat we in onze patronen zitten en dat we allerlei rolpatroonbevestigend gedrag hebben meegekregen in onze jeugd en dat we daarom onze kracht als vrouw nogal hebben veronachtzaamd in deze tijden waarin vrouwen halve mannen moeten worden en mannen blijkbaar gewoon mannen blijven. Enzovoort. Met een overtuigingskracht die me fascineert.
Met vriend Jaap heb ik ooit een plannetje gehad om een strip te beginnen: 'Mannen van mars'. Maar de tijd ontbrak om er iets moois voor uit te dokteren. Welnu Jaap, ik heb in ieder geval xe9xe9n aflevering bedacht.
Tekening 1: (vrouw interviewt vrouw, man zit vier stoelen verderop)
vrouw:'Vrouwen vertonen zoveel rolpatroonbevestigend gedrag, dat ze wel een sex-symbool moeten worden voor de man. Terwijl ze dat helemaal niet hoeven zijn.'
Tekening 2 (vrouw interviewt vrouw, man staat op van zijn stoel)
vrouw: 'Daarom hebben ze het vaak minder makkelijk dan mannen, bijvoorbeeld in leidinggevende posities. Ze willen zich bewijzen en gooien te veel vrouwelijkheid in de strijd.'
Tekening 3 (man komt erbij staan)
man: 'Mevrouw, hoe inspirerend. U slaat de spijker op zijn kop. Neuken?'
Ik wist het, maar toch. Daar reed ik dan.
Donderdagavond had ik de vuilnis buiten gezet. Je kunt me uit een ei noemen, maar ik had er even niet bij stilgestaan dat de vuilnismannen staakten. Toen ik even later op de fiets stapte dacht ik: verrek.
Wat nu?
In mijn hoofd ontspon zich het plan. Ik wacht dit weekend af of ze inderdaad nog staken. Even konden die zakken heus buiten liggen, ik was niet de enige die dat had besloten. Zijn de zakken dit weekend nog niet weg, dan breng ik ze naar de stort. Tenzij… nee dat zal toch niet?
Maandag laadde ik alles netjes in de auto. Hehe, dat ruimt op, een schone stoep. En nu hop naar de afvalverwerker. Ik kon me niet voorstellen dat die dicht zou zijn, ze zullen die rechtschapen Utrechters die dan maar zelf hun vuil wegbrengen zonder te klagen over de afvalstoffenheffing toch niet de kans ontnemen om de zakken in te leveren?
En wat als. Dan, zo besloot mijn burgerlijk ongehoorzame dark side, zet ik ze daar gewoon aan de poort. Ze bekijken het maar. Maar het zal vast niet.
Een onbestemd gevoel maakte zich van mij meester toen ik de laatste bocht richting de reinigingsdienst nam en een berg afval waarnam. Nog even hoopte ik op een protestactie, waarachter ik toch netjes mijn vuil mocht dumpen. Maar nee, ik had het kunnen weten.
Situatie ‘wat als’ trad in werking en daar had ik moeite mee. Ik merkte hoe graag ik de dingen volgens de regeltjes doe. Je zet niet zomaar een vuilniszak bij iemand voor de deur. Quasi nonchalant reed ik de poort van het stortstation voorbij. Er stonden enkele vertwijfelde mensen. Ze keken nutteloos naar de poort, en weer naar elkaar, en weer naar de poort. Jaja, echt dicht.
Ik had door kunnen rijden, een omweg kunnen maken, thuis het vuilnis op straat – of netter nog, in de tuin – kunnen gooien en mezelf veilig op de schouders kunnen kloppen.
Ben ik nou helemaal gek geworden? Prima dat er gestaakt wordt, maar aangezien ik de afvalstoffenheffing niet teruggestort zal krijgen deze maand, was onverrichter zake huiswaarts keren geen optie nu. Stel een daad!
Ik keerde om, parkeerde de auto voor de poort, zocht een mooi plekje uit voor zes hagelwitte slimfit-vuilniszakken en decoreerde er de berg dozen, flessen, zakken, matrassen, vloerkleden en planken mee.
Aan de overkant keken de medewerkers van een verhuisbedrijf geamuseerd en afkeurend toe. Jaja mannen, ik weet het. Opgeruimd staat netjes. Fijn dat de staking voorbij is. Kan ik weer gewoon braaf wezen.
8 minuut 30.
Soms kan ik het niet laten. Ondanks mijn aanmelding bij het bel-me-niet-register word ik toch nog geregeld gebeld. Vooruit, er staan vast ergens onbestudeerde kleine lettertjes op sites waar ik mij heb bevonden, waardoor ik toch straffeloos gebeld kan worden.
Dan krijg ik zo’n fijne fanatieke tante aan de lijn.
Al in minuut nul geef ik aan dat ik niet van plan ben over te stappen van energiemaatschappij. Al meteen bij het begin, ik wil wel open kaart spelen. Vreemd, het zijn altijd energiemaatschappijen. Die hebben het vast heel zwaar. Overstappen van maatschappij, dat heb ik de afgelopen jaren een paar keer gedaan en dat is me uiterst slecht bevallen. Volgens mij heb ik nu een goeie, maar ik moet het nog zien natuurlijk als de jaarafrekening op de mat valt.
Ik was dus niet van plan over te stappen.
De tante zet vol in. De woorden ‘vrijblijvend’, ‘uw eigen keuze’, ‘adviseren’, ‘helpen’ vliegen weer veelvuldig door te telefoonlijn. Helaas voor deze incidentele fanatieke tante staat mijn brein in de hangmodus. Ofwel: zolang mogelijk aan de lijn blijven hangen.
Ik geef aan bij welke energiemaatschappij ik zit. Zij kiest de frontale aanval: in alle lijstjes, klantonderzoeken, prijsmetingen en noem het maar op staat mijn maatschappij onderaan de lijst.
Dat is goed nieuws voor mij. Want ik sta in de hangmodus. De sport van de hangmodus is niet alleen om zo lang mogelijk te blijven hangen, maar daarbij ook zelf nog eens zo weinig mogelijk te zeggen. Ik word op mijn wenken bediend. Deze dame ratelt maar door en wat nou zo fijn is: ze stelt geen vragen. Dus ik hoef ook niet te antwoorden, alleen maar te luisteren en tussendoor mijn mail te checken.
‘Ik mag u gratis en vrijblijvend adviseren welke maatschappij in uw situatie het meest geschikt voor u zou zijn meneer.’
Stilte.
‘Bent u er nog meneer?’ Aha, een vraag.
‘Ja hoor, ik ben er nog.’
‘Zoals ik als zei…’ en hup, de woorden vrijblijvend eigen keuze adviseren helpen gratis rollen weer langs. Plus de mededeling dat ik zo snel mogelijk weg moet bij Oxxio, want hoewel ze mijn situatie niet kent, weet ze wel dat Oxxio de slechtste is.
‘Maar zoals IK al zei, ik wil dus nu niet overstappen.’
‘Ik begrijp dat u net overgestapt bent en als u overstapt betaalt u een boete dat weet ik maar misschien bent u toch gexefnteresseerd om…’ ratatatatatatatatatatatatatatatata.
Dan krijgt ze door dat ‘ze helaas niet de gelegenheid krijgt om mij te helpen.’ (Ze begint nu dus onder de gordel te roeren. Reeds acht kostbare minuten aan de lijn hangen en nog geen lead. Tja, had ze maar beter op moeten letten in minuut nul. Intussen heb ik weer drie mailtjes beantwoord.)
Ik krijg nogmaals het advies om zo snel mogelijk weg te gaan bij mijn maatschappij. En ze respecteert mijn keuze om me niet verder te laten helpen (jawel, ze zegt het nxf3g een keer!).
Dan wens ik u een fijne dag nog.
8 minuut 30.
Oei oei.
En er zal nog veeeeeel volgen!
En ineens is het vier uur en heb je allemaal nuttige dingen gedaan, maar helemaal niet de dingen die je je had voorgenomen.
Het houdt me bezig, time management. Omdat het lekker druk is – uuuh, waarom ga ik juist nxfa deze blog schrijven? – maar ook omdat ik mezelf weer wat beter heb leren kennen. Niet te managen, die jongen.
Ik betrapte me er zojuist op dat ik een zojuist verzonden mailtje met voldoening zat na te lezen. En nog eens. Geen woord verkeerd aan, goed in elkaar gezet. Beetje te lang, maar dat mocht, want het ging over mijn urenverantwoording voor een project. Dat doen we gewoon via een mailtje, dat is prettig. Maar wel een serieus mailtje, dus dat mag wat langer van stof zijn, nietwaar? Ik had het mailtje heropend omdat ik het wilde printen. Jaja, erg milieu-onvriendelijk maar mijn dossiers zijn nu eenmaal nog steeds van papier en een urenverantwoording hoort in het dossier.
Voordat ik op de print-knop kon klikken, zat ik dus vergenoegzaamd te lezen. En nog eens.
Toen betrapte ik mezelf. Ik had nog zoveel meer te doen, al was het maar die spoedklus die ik gisteren xf3xf3k nog had aangenomen! Besteed je tijd nuttig, zeker NIET aan het nalezen van verstuurde mailtjes!
Waar blijft de tijd? Nou, daar dus.
Toen riep ik mezelf tot de orde. Wat had het voor zin om er moeilijk over te doen? Het was gebeurd. Nooit meer doen, tot het een volgende keer weer gebeurt. En trouwens… wat is er mis met voldaan een mailtje teruglezen? Ik ben TEKSTSCHRIJVER for gods sake. Mag ik? De bezwerende formule “ik betrapte me er zojuist op dat” besloot ik dan ook meteen in de prullenbak te kieperen.
Mijn dag was weer goed.
“We hebben het nu al zo ver laten komen dat een stuk kipfilet nog goedkoper is dan kattenvoer.”
Moet niet kunnen, vindt Wakker Dier. Of we allemaal even wakker willen worden.
Het beeld roept wel iets op. Een kip wordt eigenlijk behandeld als vleesafval, zonder respect voor het dier, pure bio-industrie. Wakker Dier heeft natuurlijk gelijk, maar toch vind ik de radiospot waarin WD ons uit de slaap sust niet zo sterk, qua argumentatie.
Wat wil WD nu precies zeggen? Stop met kipfilet kopen, behalve als het biologisch is? Maareh… hoe zit dat dan met kattenvoer? Dat een stuk vlees eindigt als kattenvoer, zegt immers weinig over het levensgeluk van het beest voordat het voer werd.
Ofwel: ook kattenvoer moet biologisch worden, als WD volgens zijn eigen standaarden zou werken. En daar wordt het niet bepaald goedkoper van. Waarschijnlijk nog steeds duurder dan kippenvlees.
Nu ja, misschien zie ik iets over het hoofd in deze redenering. Verbeter me maar.
Ik eet weer even een kipje minder deze week. En mijn kat gaat op dieet.
Op de achtergrond van mijn interview-voorbereidingswerk luister ik naar Radio 1, Dit is de dag. Thijs van den Brink is daar de interviewer en wat maakt hij er weer werk van! Hij windt zich momenteel op over het in zijn ogen onnodig laten lijden van beesten bij de Oostvaardersplassen.
Voor de vorm heeft hij een voor- en een tegenstander opgetrommeld, maar de tegenstander had hij in het geheel niet nodig gehad. Met Matthijs van Nieuwkerk-achtige allure breekt hij in op iedere zin van de natuurbeheerder die die beestjes veel te lang laat verhongeren, onder het mom ‘het is de natuur’.
Wederom voor de vorm voegt Thijs na iedere inbraak toe “als ik u even mag onderbreken.” Zonder het antwoord af te wachten uiteraard. En hup, Thijs verwoordt zijn ongenoegen, verpakt dit in een vraag en de natuurbeheerder wordt verder de hoek in gedreven.
Mijn hartgrondige hekel aan hinderlijke onderbrekingen en suggestieve vragen gaat zo diep, dat ik helemaal niet meer kan luisteren naar de argumenten. Misschien heeft Thijs een punt, maar dat interesseert me van geen kanten. Wegwezen Thijs! Ga op de markt staan, daar is hard schreeuwen een vak!